Casus 13

Eeuwige student

De melding

Een 58-jarige man is door zijn 91-jarige moeder als vermist opgegeven. Hij vertrok ’s ochtends op een oude zwarte herenfiets met fietstassen. Zijn moeder sloeg direct alarm, omdat haar zoon op 25-jarige leeftijd een ongeluk kreeg waarbij hij in coma lag. Sindsdien heeft hij ernstig geheugenverlies: herinneringen van vóór zijn 25e zijn intact, maar nieuwe informatie kan hij niet meer opslaan. Dit heet Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).

NAH ontstaat vaak na een ongeluk met hoofdletsel, maar ook door langdurige blootstelling aan giftige stoffen, zoals bij de vroegere “schildersziekte”. Gevolgen kunnen zijn: karakterveranderingen, impulsief of agressief gedrag, moeite met plannen en overzicht, middelenmisbruik en uiteindelijk geheugenstoornissen of dementie, soms met opname in een verpleeghuis als gevolg.

De man leidt door zijn geheugenproblemen een teruggetrokken bestaan met zijn hoogbejaarde moeder, die zijn leven grotendeels regelt. Hij werd door de politie gevonden onder een viaduct, drinkend uit een fles port. Dit wilde hij voor zijn moeder verborgen houden, maar het verstoorde zijn ritme waardoor hij zijn huis niet meer terugvond.

 

Het gesprek

De volgende dag bezochten de wijkagent en de SPV het gezin. De moeder is een kordate vrouw die ondanks slecht zicht (70% verlies) nog zelfstandig haar tuin onderhoudt. Ze rijdt wekelijks naar de supermarkt, terwijl haar zoon als passagier aanwijzingen geeft, zoals de kleur van stoplichten. Dit doen ze al jaren probleemloos. Haar zoon vangt haar lichamelijke beperkingen op, waardoor thuiszorg niet nodig is. Geestelijk is zij volledig helder.

Mevrouw maakt zich zorgen over de toekomst als zij er niet meer is. Haar zoon is enig kind en zal het huis erven, maar heeft dagelijks ondersteuning nodig.

De wijkagent en SPV spreken ook de zoon. Hij vertelt hoe hij bijna was afgestudeerd aan de TU toen hij tijdens een vakantie een ongeluk kreeg. Sindsdien leidt hij een teruggetrokken leven. Bij sociale bijeenkomsten trekt hij zich terug uit schaamte, omdat hij mensen niet herkent en niets kan onthouden.

Hij geeft toe soms stiekem port te drinken. Thuis op zijn kamer is dat geen probleem, maar tijdens fietstochten raakt hij door alcohol geregeld de weg kwijt. Zijn moeder weet dit al, maar uit zorg heeft de SPV haar gevraagd kaartjes te maken met zijn gegevens en achtergrond. Aan zijn uiterlijk zie je niets bijzonders: hij oogt als een studentikoze man van eind vijftig.

De toekomst

De SPV bespreekt met moeder om haar zoon zo snel mogelijk, onder begeleiding van de SPV en de wijkagent, aan te melden bij een organisatie voor mensen met NAH. Deze biedt kleinschalige appartementen rond een gemeenschappelijke ruimte, maar belangrijker nog: een ambulante afdeling die ondersteuning biedt zodat mensen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Ook kan er via deze organisatie een curator of bewindvoerder worden aangesteld, al kan moeder dat ook zelf regelen via de notaris. Te lang wachten is echter geen optie. De wijkagent biedt aan haar hierbij desnoods te ondersteunen.

Een lastig punt is het autorijden. Gezien haar slechte zicht mag moeder niet meer rijden met haar zoon naast zich. Dat dit al die jaren goed is gegaan in steeds drukker verkeer mag een wonder heten. Het besef dat zij niet verantwoordelijk wil zijn voor een ernstig ongeluk helpt haar dit besluit te accepteren. De SPV wijst haar bovendien op de boodschappenservice van haar supermarkt, iets wat ook in de toekomst ondersteuning kan bieden.

Moeder, een zelfstandige en kordate vrouw die zich nooit veel heeft laten vertellen, geeft opgelucht toe dat dit gesprek haar rust heeft gebracht. Ze is blij dat het ‘vermist’-incident uiteindelijk tot iets positiefs heeft geleid. Wanneer de wijkagent afsluit met de opmerking: “Daar drinken wij een portje op”, kan ze er hartelijk om lachen. Het luchtte de sfeer op en gaf ruimte om samen vooruit te kijken, met respect voor de manier waarop zij al die jaren voor haar zoon heeft gezorgd.

Het huisbezoek

Tijdens het huisbezoek kon moeder alles vertellen wat belangrijk is voor de zorg van haar zoon. Het vooruitzicht dat hij ook na haar overlijden in zijn vertrouwde omgeving kan blijven, geeft haar rust. De SPV benadrukt dat, mocht woonbegeleiding in de toekomst onvoldoende blijken, hij al binnen de organisatie is ingebed en passende zorgmogelijkheden beschikbaar zijn. Omdat dit nu te veel kan zijn om te bespreken, laat de SPV dit onderwerp voorlopig rusten.

Ter plekke is in overleg met moeder een spoedaanmelding gedaan. De SPV heeft zich als verwijzer opgegeven en zal ook de huisarts informeren. Moeder heeft toegezegd de auto de volgende dag samen met de wijkagent af te melden. Dankzij de bijzondere situatie is nog diezelfde week een intakegesprek gepland voor thuisbegeleiding en praktische financiële zaken.

Jaren later:

De SPV zit op het politiebureau te werken en ziet door het raam een man slingeren en met fiets en al in de sloot belanden. Even later zit dezelfde man, drijfnat en met zijn oude zwarte herenfiets en fietstassen, in de hal. Hij kan niet goed vertellen wie hij is of waar hij vandaan komt, de port doet zijn werk.

De SPV herkent hem meteen: de studentikoze kleding, de fiets, de fietstassen en natuurlijk de lege fles Port. Na controle adviseert de SPV de ambulance af te bellen. De man herkent hem niet, maar de SPV spreekt hem bij naam aan en wijst de politie het plastic kaartje met zijn gegevens aan. Alles klopt: naam, adres en een contactpersoon van de NAH-organisatie.

De SPV belt de hulpverlener, die bevestigt dat zijn moeder inmiddels is overleden, maar dat het verder redelijk goed gaat. De politie maakt wat foto’s om hem intern herkenbaar te houden en brengt hem, samen met zijn fiets en tassen, weer thuis, waar hij gelukkig nog wat herkenning vindt.

En ja, af en toe koopt hij nog steeds een flesje port om stiekem te drinken. Sommige dingen veranderen gelukkig nooit.

Tot slot het advies:

Deze casus laat zien hoe belangrijk het is om als ouder tijdig hulp in te schakelen, ook wanneer de dagelijkse zorg nog lijkt te lukken. Door vroeg ondersteuning te organiseren, ontstaat er rust en zekerheid voor de toekomst. Het voorkomt dat een plotseling incident leidt tot gevaarlijke situaties of een noodgedwongen opname.

Door samen te werken met de huisarts, wijkagent en gespecialiseerde organisaties kan er stap voor stap begeleiding worden opgebouwd. Zo blijven mensen zo lang mogelijk in de vertrouwde omgeving wonen, terwijl er toch een vangnet is voor de momenten dat de verzorgenden er niet meer zijn.

Als collega kun je hier vanuit een externe situatie naar kijken en een goed advies over geven.