Casus 12

uitgeschreven tekst casus verward gedrag zwijgende enge jongeman in hal van revalidatiecentrum

Situatieschets

De politie ontvangt een melding van een revalidatiecentrum in Rijswijk. In de hal zou een verwarde, ‘eng uitziende’ jongeman staan die niet reageert op aanspreken en patiënten afschrikt. Het centrum ligt op drie minuten lopen van het bureau. De SPV en twee wijkagenten gaan, in overleg met de operationeel coördinator (OpCo), te voet ter plaatse.

Eerste indruk en inschatting

In de wachtruimte treffen ze een lange, verzorgde jongeman in een nieuw Banlieue-trainingspak met een rugzakje. Hij kijkt angstig om zich heen, zegt niets, maar reageert wel op hun komst. De SPV vermoedt een verstandelijke beperking, mogelijk in combinatie met een ontwikkelingsstoornis of lichamelijke oorzaak.
Ondanks aanwezigheid van artsen heeft niemand medische hulp geboden. Het personeel vond hem ‘te eng’ om te benaderen.

Fouilleren met andere ogen

In overleg met de OpCo wordt besloten hem mee te nemen naar het bureau. De SPV denkt dat iemand als hij gemist moet worden: hij heeft eten bij zich en ziet eruit alsof er goed voor hem gezorgd wordt. Bij doorzoeken vinden agenten geen identificatie.
De SPV vraagt of hij ook even mag kijken. In de rugzak vindt hij een label met een Caribisch klinkend woord. Als hij het hardop uitspreekt, kijkt de jongen op – blij en alert.
De SPV zegt: “Jij heet…?”, en krijgt een bevestigend, vrolijk geluid. De politie zoekt ondertussen in het systeem verder. Met een knipoog biedt de SPV de agenten een cursusje ‘anders fouilleren’ aan.

Vermissing en verwarring

Op dat moment komt er een vermissingsmelding uit Amsterdam binnen. Een moeder is haar ernstig verstandelijk beperkte zoon kwijt, die niet kan praten.
Hij zou die ochtend voor het eerst zelfstandig met een taxibusje naar een activiteitencentrum gaan. Ze oefenden dat samen. Moeder zwaaide hem nog uit toen hij instapte. Vijf minuten later kwam er nóg een busje van hetzelfde vervoersbedrijf. Ze beseft dan: haar zoon zat in de verkeerde bus.

De chauffeur – op weg naar het revalidatiecentrum – vond de passagier wat stil, maar wees bij aankomst simpelweg de ingang. Daar werd de jongen niet herkend en als ‘enge vreemde’ gemeld.

Tijdelijke opvang

Om overprikkeling te voorkomen stelt de SPV voor de jongen tijdelijk in een prikkelarme ruimte te laten wachten. In overleg met de OpCo – en met toestemming van de moeder – mag hij in een afwachtcel blijven tot zij arriveert. De SPV belt met de moeder op luidspreker; de OpCo stemt in.

De moeder, bekend met het belang van rust, is opgelucht als ze haar zoon ziet. Ze omhelst hem stevig. Hij begrijpt niet alles, maar zij is dankbaar voor de samenwerking tussen politie en GGZ in een voor haar onbekende regio.

Lessen voor professionals

Let op signalen van een verstandelijke beperking
Stil, angstig gedrag, niet praten, maar wél verzorgd en met persoonlijke spullen: dit kan wijzen op een verstandelijke beperking of autisme.

Voorkom overprikkeling
Beperk drukte, licht, vragen en aanraking. Bied rust en veiligheid om paniek of escalatie te voorkomen.

Overleg zorgvuldig met de OpCo
Bij handelen buiten standaardprocedures – zoals tijdelijke plaatsing in een cel – is afstemming cruciaal. Toestemming van ouders en overleg met de OpCo zijn hierin onmisbaar.