Casus 11

geschreven tekst psychose of radicalisering?

Situatieschets
Een behandelaar van de GGZ neemt contact op met de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) op het politiebureau. Het gaat om een jonge man van Marokkaanse afkomst met een psychotische stoornis en een verstandelijke beperking. Hij woont thuis bij zijn moeder. Zij maakt zich ernstig zorgen: haar zoon kijkt ’s nachts radicale islamitische video’s, waaronder gewelddadige preken en onthoofdingen. Ook heeft hij online een Japans zwaard en masker besteld, zogezegd om watermeloenen te hakken.

Achtergrond en gedrag
De moeder geeft aan dat haar zoon geen geld of creditcard heeft, maar wel ineens dure merkkleding draagt. Hij bekritiseert haar kledingkeuze als “onzedig” en wordt verbaal kleinerend. De behandelaar vermoedt verergering van psychotische symptomen. De SPV houdt echter ook rekening met mogelijke beïnvloeding of radicalisering, gezien de aard van het online gedrag en de aankopen.

Overleg en afstemming
De zorgen worden gedeeld met de politie. Zij kan zelfstandig tot actie overgaan, ongeacht verdere afstemming met de GGZ. Er vindt overleg plaats met de operationeel coördinator en bureauleiding, die ook betrokken is bij CTER (Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering). De SPV wordt actief betrokken bij de voorbereiding van de interventie – een waardevolle stap richting samenwerking.

Aanhouding op het winkelplein
Op de dag van de actie blijkt de jongeman niet thuis. Zijn moeder, die had toegezegd mee te werken, meldt dat hij onderweg is naar een druk winkelcentrum. Een burgeragent spot hem op een bankje bij een fontein. De SPV, wijkagent en een collega naderen te voet, terwijl een rechercheur hem telefonisch benadert. De jongeman neemt op en stemt in met een gesprek. Hij wordt rustig aangesproken en loopt vrijwillig mee naar de politieauto.

Observatie en beoordeling
In de auto voert de SPV een kort gesprek. De jongeman toont tekenen van psychose, is prikkelbaar en ontwijkend over zijn geloof en mediagebruik. Wanneer hij vraagt of de SPV denkt dat hij “gek” is, benadrukt deze dat het om zorg gaat, niet om oordeel. De jongeman stemt in met contact met zijn behandelaar. Op basis van deze beoordeling wordt besloten hem over te brengen naar een GGZ-crisislocatie. Nog diezelfde dag volgt een Crisismaatregel.

Vragen over beïnvloeding
In overleg met het OM draagt CTER de jongeman snel over aan de GGZ. De SPV blijft echter met vragen: hoe kwam hij aan geld? Is er sprake van beïnvloeding of ronseling? De moeder had toestemming gegeven om haar pc te onderzoeken, maar dat is niet gebeurd. De zorgen reiken verder dan alleen het psychische beeld.

Opvolging en samenwerking
Een half jaar later zoekt CTER opnieuw contact met de SPV. De jongeman blijkt trouw in behandeling, gebruikt zijn medicatie en heeft het contact met zijn moeder hersteld. De SPV kon dit navragen bij de behandelaar, met toestemming. De casus laat zien hoe belangrijk onderling vertrouwen is voor veilige samenwerking tussen politie en GGZ.

Advies voor professionals

Werk met gezamenlijke evaluatie
Hoewel snelle overdracht naar de GGZ logisch lijkt bij een psychotisch beeld, was een gezamenlijke evaluatie met politie, OM en SPV wenselijk geweest. Dit had meer duidelijkheid kunnen geven over:

  • Mogelijke strafbare feiten (illegale aankopen, intimidatie)
  • Risico op beïnvloeding of ronseling
  • Kans op terugval of recidive

Spreek vooraf criteria af
Maak bij dit soort casussen vooraf duidelijke afspraken over wanneer GGZ het overneemt en wat dan de rol is van politie/CTER. Overweeg bij twijfel een gezamenlijke risico-inschatting (zoals via FACT of vroeg signaleringsoverleg). Geef de SPV een actieve rol in het vervolgtraject – diens inzichten zijn cruciaal voor een afgewogen besluit.