Situatieschets
De meldkamer geeft door dat een vrouw meerdere keren 112 heeft gebeld met suïcidale uitspraken. Ze is bekend bij de politie en heeft talloze meldingen in het systeem onder ‘Verward persoon’. De noodhulp staat klaar om te rijden, maar op het politiebureau herkent de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) direct het patroon. De vrouw kampt met een verstandelijke beperking en een stoornis in het autismespectrum. Ze heeft behoefte aan structuur en grenzen. In overleg met de OpCo besluit de SPV haar eerst zelf te bellen.
Achtergrond en gedrag
De vrouw woont in een beschermde woonvorm, maar ervaart daar weinig aansluiting. Ze voelt zich vaak eenzaam en zoekt op risicovolle manieren contact — bijvoorbeeld door vreemden op straat aan te spreken met ongepaste voorstellen. In het verleden leidde dit tot grensoverschrijdende situaties en politie-inzet. Ook heeft ze zelfstandig geprobeerd een andere woning te vinden door letterlijk bij huizen naar binnen te gluren. Dat gedrag veroorzaakte overlast en onrust in de buurt.
De stemming van de vrouw schommelt sterk tussen diepe somberheid en manische ontremming. Ze weet dat zelf ook: “Als ik blij ben, word ik manisch.” Op dit moment oogt ze eerder gedeprimeerd.
Observatie en inschatting
De SPV spreekt haar telefonisch. Ze voelt zich slachtoffer van pesterijen in haar omgeving en wil dat ‘de anderen’ worden aangepakt. De SPV luistert, erkent haar gevoel en belooft contact op te nemen met haar behandelaar om te kijken naar een geschiktere woonplek. De vrouw reageert opgelucht.
De SPV schat in dat er geen acuut gevaar is. Ze vraagt de politie om een korte melding in het systeem te zetten en de wijkagent te informeren. De casus wordt ook besproken in het zorgnetwerk met het verzoek te kijken naar een nieuwe indicatie voor dagbesteding of woonvorm.
Signalen en risico’s
De vrouw toont tekenen van een bipolaire stoornis, gekenmerkt door stemmingswisselingen tussen depressie en manie. In manische fases kan zij impulsief, ongeremd en risicovol gedrag vertonen. In depressieve perioden is er juist sprake van terugtrekking, hopeloosheid en verhoogd risico op suïcidaliteit.
Wat kun je als politie of BOA tegenkomen?
Bij manisch gedrag:
- Overmatige energie, druk en snel praten, springend van onderwerp naar onderwerp
- Grootheidsideeën of wanen (“Ik moet de minister bellen”)
- Impulsieve acties zoals ongepast seksueel gedrag of dure aankopen
- Agressie of achterdocht, vooral bij begrenzing
- Slapeloosheid zonder vermoeidheid
- Overdreven vriendelijkheid, zingen of dansen op straat
Bij depressieve fases:
- Teruggetrokken gedrag en apathie
- Verwaarlozing en weinig eten
- Trage spraak en motoriek
- Uitspraken over schuld, wanhoop of doodswens
- Mogelijk zelfbeschadiging of suïcidale dreiging
Handvatten voor de praktijk
- Blijf rustig, duidelijk en vriendelijk. Corrigeer geen wanen; dat roept vaak verzet op.
- Wees alert op impulsieve acties, zoals plots oversteken of escaleren zonder aanleiding.
- Observeer en beschrijf gedrag zo feitelijk mogelijk. Noteer letterlijke uitspraken.
- Wees bewust van stemmingswisselingen — iemand die vrolijk begint, kan plots omslaan.
- Overleg bij twijfel altijd met de crisisdienst. Leg verantwoordelijkheid waar die hoort.
- Raadpleeg eerdere meldingen om patronen te herkennen.
- Zorg voor goede verslaglegging, ook als er nu nog geen reden is voor een crisismaatregel.
Tot slot
Onder het drukke, soms vrolijke gedrag kan diepe somberheid schuilgaan. Voor de betrokkene voelt de manische fase vaak fijner dan de werkelijkheid die daaronder ligt. Juist daarom is het belangrijk om professioneel, menselijk én alert te blijven handelen.
Deze casus is gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen, maar geanonimiseerd en aangepast voor publicatie.