De melding
Een traiteur meldt zich bij de politie. Zijn vaste klant, een oudere man die jarenlang dagelijks maaltijden en dure cognac afnam, is al weken spoorloos. Aanbellen bij zijn woning levert niets op. De traiteur maakt zich zorgen.
Achtergrondinformatie
De man – rond de 70, opvallend lang met witte baard en haren tot zijn middel – blijkt bekend bij meerdere GGZ-instellingen. Hij lijdt aan een chronische psychose, woont alleen in een groot klassiek huis, en ontvangt maandelijks inkomsten uit oude octrooien. Hij is zeer achterdochtig en heeft hulpverlening altijd afgehouden. Eerdere pogingen tot bemoeizorg liepen op niets uit; er was geen ‘ernstig nadeel’ vast te stellen.
Actie door wijkagent en SPV
De wijkagent betrekt de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV). Beiden vinden dat er nu wél reden is om actie te ondernemen. In plaats van de voordeur direct te forceren, besluiten ze eerst te bellen. Via de traiteur krijgen ze het vaste telefoonnummer van de man. Hij neemt verrassend genoeg op en stemt in met een ontmoeting. Tien minuten later staan ze voor zijn deur.
Eerste contact
De man doet open en lijkt zo uit Lord of the Rings te zijn gestapt – type Gandalf. Zijn spraak is onsamenhangend en vol zelfbedachte woorden (neologismen). De SPV herkent direct ernstige psychotische symptomen. Daarnaast is de man sterk vermagerd en hangt er een gaslucht in huis. De wijkagent grijpt in en haalt de man direct naar buiten.
Brandgevaar
De brandweer stelt geen gaslek vast, maar ontdekt wél meerdere brandhaarden. De man blijkt met cognac kleine offervuurtjes te maken. De brandweer dooft ze, maar vertrekt daarna weer.
Niet pluis
De gaslucht blijft beide hulpverleners dwarszitten. In overleg met de operationeel coördinator (OpCo) schakelen ze alsnog netbeheerder ENECO in. En met resultaat: er blijken meerdere gaslekken te zijn, binnen én buiten de woning. Volgens ENECO is een ramp voorkomen – bij explosie waren zeker vijf woningen getroffen. De straat blijft een week afgesloten voor reparaties.
Opname en herstel
De man wordt vrijwillig opgenomen. Hij verkoopt met ondersteuning zijn huis en verhuist naar een luxe appartement. Dankzij medicatie en begeleiding accepteert hij ambulante zorg. De wijkagent brengt de traiteur op de hoogte en bedankt hem voor zijn oplettendheid.
Lessen uit deze casus
- Bemoeizorg vereist vakmanschap. Mensen die zorg mijden, vermijden vaak elk contact. Het vraagt specifieke kennis en samenwerking om hen in beeld te krijgen én hulp te bieden.
- Informatie delen is cruciaal. De politie beschikt vaak over signalen van buren of omwonenden die een SPV goed kan duiden.
- Samenwerking werkt. Door inzet van beide disciplines – wijkagent én SPV – en door vertrouwen in elkaars expertise, kon hier op het juiste moment worden doorgepakt.
- Onderbuikgevoel verdient aandacht. Het blijven aandringen bij een onverklaarbare gaslucht bleek terecht.
Deze casus onderstreept hoe belangrijk vasthoudendheid, wederzijds vertrouwen en gezamenlijke actie zijn bij het voorkomen van schrijnende situaties en het bieden van passende zorg.
Deze casus is gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen, maar geanonimiseerd en op onderdelen aangepast in verband met de privacy van betrokkenen.